elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: profijtelijk 

profijtelijk , pêrfietêlk , profijtelijk, voordeelig; kooks is ʼn pêrfietelke brand; hij ken nijt pêrfietelker doun as zien peerd deurzetten.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
profijtelijk  , perfietelik , profijtelijk.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
profijtelijk , pefietelijk , profijtelijk
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
profijtelijk , profietelijk , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , (Noord-Drenthe) = voordelig Alle daogen de kost ophaolen is prefietelijk (Nor)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
profijtelijk , perfietlik , prefijtelik, prefietlik , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , profijtelijk, voordelig
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
profijtelijk , prefietelijk , 1. parmantig (W.-Veluwe); 2. zuinig; 3. heel netjes, precies (O.-Veluwe).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
profijtelijk , [voordelig] , perfietelik , prefietelik , perfieteliker, perfietelikst , profijtelijk, voordelig, zuinig , Det is eine perfietelike/prefietelike: dat is een berekenend iemand.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal