elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: proper 

proper  , praoper , proper.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
proper , proper , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , netjes, keurig Hij komp er altied èven proper uut komt altijd even netjes voor de dag (Eli), Dat ole mens hooldt heur hiele hoes nog zo proper! (Scho), Het is een proper wiefien, ...kèreltien loopt er netjes bij en heeft ook een goede houding (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
proper , proeaper , proeaperder, proeaperste , 1. proper, schoon 2. zindelijk
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
proper , praoper , proper
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal