elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: pruikenmaker 

pruikenmaker , prukmaker , Paruikmaker.
Bron: J.A.V.H. (18e eeuw), Haagsch Nederduitsch woorden-boekje. Den Haag: Johannes Mensert. Uitgegeven in: Kloeke, G.G. (1938), ‘Haagsche Volkstaal uit de Achttiende eeuw’, in: Tijdschrift voor Nederlandsche Taal- en Letterkunde 57, 15-56.
pruikenmaker , pruikemaker , Zegsw. Ik heb het zoo druk als een pruikemaker met één klant. Gehoord van iemand die het niet druk had, maar wel veel omslag maakte, spottend van zich zelf.
Bron: Beets, A. (1927), ‘Utrechtsche Volkswoorden en Volksgezegden’, in: Driemaandelijksche bladen 22, 1, 1-30, 73-84. Groningen
pruikenmaker , [maker van pruiken] , pruikemaker , Van iemand, die doet alsof hij het erg druk heeft, zegt men schertsend: H(i)ee is zó druk as ʼn pruikemaker met (i)eene klante.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
pruikenmaker  , prükkemaker , pruikenmaker.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
pruikenmaker , proekenmaker , proekemaker , de , (Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe). Ook proekemaker (Noord-Drenthe, Zuid-Drenthe) = pruikenmaker Hij hef het zo drok as een pruikemaeker mit iene klaant (Dwi)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
pruikenmaker , prukemaeker , zelfstandig naamwoord , de 1. pruikenmaker 2. grappige persoon
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
pruikenmaker , proikemaoker , uitdrukking , [Obl] Hij heppet zôô druk azzen proikemaeker med êêne klant Hij heeft het weliswaar druk (ook voor één pruik moet ieder haartje apart worden geknoopt), maar hij máákt zich vooral druk
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
pruikenmaker , prèùkemaoker , zelfstandig naamwoord , "Van Delft - Iemand, die veel beweging over een werkje van weinig beteekenis maakt, en doet alsof hij het er zeer druk mee heeft, voegt men toe: ""Hij heeft het zoo druk als de pan met vastenavond."" Ook wel: ""Zoo druk als een pruikemaker met één klant."" (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 117; 5 juni 1929); Pierre van Beek – ""Hij heeft het druk as 'nen pruikemaoker mee ene klaant"" wordt gezegd van iemand, die zich een houding aanmeet alsof hij heel wat werk verzet maar in werkelijkheid toch eigenlijk niet veel uitvoert. Onze zuiderburen in de Belgische Kempen zeggen hetzelfde op hun manier met de woorden: ""'t Is alsof-t-um Mol en Baolen moet afwerken en Desschel en Rethy d'rba (erbij)!"" Zo men weet liggen genoemde plaatsen in de Belgische Kempen. (Tilburgse taalplastiek 13 Nieuwe Tilburgse Courant – donderdag 11 mei 1950); Henk van Rijen –  pruikenmaker; Henk van Rijen –  'Hè hee-g-ut nèt zo druk as unne pröökemaoker meej êene klaant'; WNT PRUIKENMAKER - Het zoo druk hebben als een pruikenmaker met één klant, of ... die geen klanten heeft. Meestal gebezigd m.b.t. iemand die zich verbeeldt dat hij het druk heeft."
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal