elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: Pruisen

Pruisen , Pruuse , Duitschland.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
Pruisen , Prüsse , Pruisen. In ’t Prüsse: in het Pruisische gebied. Nen Prüssen (ook: Prüsschen) daalder is ƒ 1,80.
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
pruisen , pruise , werkwoord , Verouderde variant van skere, skerese. Zie aldaar (Genoteerd te Oosterblokker).
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
Pruisen , Pruse , Duitsland.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
Pruisen , Pruus , benaming voor Duitsland.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
Pruisen , Prusen , de , vroeger Pruisen, nu Duitsland Hij is vandage Prusen in op een begrafenis (Bco), Vrogger gungen bij oens veule jonges hen Prusen as melkknecht naar Duitsland (Koe), z. ook bij Pruus
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
pruisen , pruise , proise , werkwoord , pruis, pruiste, gepruist / prois, proiste, geproist , schuimen, bruisen; proise [O] bruisen, schuimen Die kroik is gescheurd, want ‘t bier proist d’r deurheen; Oit proise gaen [O] Bij anderen gaan helpen (vooral door vrouwen) met het redderen van de huisslacht (bijvoorbeeld de darmen schoonmaken om er worstvulling in te kunnen doen)
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
Pruisen , [duitsland] , Pruses , Duitsland
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
Pruisen , Pru~se , Duitsland
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal