elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: rapplement 

rapplement , rapplement , berisping.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
rapplement , rappelment , berisping, bestraffing, ook Oostfriesch; Geldersch raplement. ’t Fransche reprimande.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
rapplement , rapplement , (mannelijk) , Berisping, uitbrander. Van dezelfde bet. als roffel (zie dat woord).
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
rapplement , rappellement , (zelfstandig naamwoord onzijdig) , Ook rapplement. Berisping, standje. – Van Fra. rappeler in de zin van tot de orde roepen, tot zijn plicht terugbrengen. || Hij heb ’en goed rappellement ’ehad. As je thuis komme (komt), zel-je ok wel ’en rapplementje krijgen. – Ook elders in Holl., Friesl. en Overijs. bekend.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
rapplement , rappelement , (mannelijk) , Berisping, uitbrander. Van dezelfde bet. als roffel (zie dat woord).
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
rapplement  , rapplementje , berisping.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
rapplement , rapplement , onzijdig , berisping
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
rapplement , rablemeant , zelfstandig naamwoord, onzijdig , mondelinge afstraffing
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
rapplement , rappelement , rampelement , zelfstandig naamwoord ’t , Standje, berisping. Vgl. Frans rappeler = tot de orde roepen.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
rapplement , rappelment , rabbelement, rappelement, rapplement, rampelement , het , (Zuidoost-Drenthe, Midden-Drenthe). Ook rabbelement (Zuidoost-Drenthe, Veenkoloniën, Kop van Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid), rappelement (Zuidoost-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, Midden-Drenthe), rapplement (Midden-Drenthe, Zuidoost-Drenthe, Veenkoloniën), rampelement (Zuidwest-Drenthe, zuid) = 1. rapplement, uitbrander Ik kreeg mij daor een rapplement, toen ik in huus kwam, want ik was te late (Schn) 2. preek Hij kreeg een hiel rappelment met en wus, waor e zich an hoolden mus (Pdh), As wai vortgungen, kregen wai een hail rabbelement met (Eev)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
rapplement , rappelement , bestraffing. ’n Goed rappelement hef hie verdiend.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
rapplement , rapplemènt , berisping , Ik weet nie wa'k verkiird gedôn héb, mér ik kriig me toch 'n rapplemènt. Ik weet niet wat ik verkeerd gedaan heb, ik kreeg me toch een berisping.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
rapplement , rappelement , rappelment, rabbelement, rampelement , zelfstandig naamwoord , et 1. rapplement, berisping, uitbrander 2. preek, waarschuwende woorden
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
rapplement , rippelement , zelfstandig naamwoord , rippelemente , rippelementjie , uitbrander, reprimande
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
rapplement , ripplement , uitbrander (Nederlands: rapplement)
Bron: Grauw, Sibrand de en Gerard Gast (2014), ABC Dordt. Dordtse woorden en uitdrukkingen, dialect, verhalen en versjes, gedichten en straattypes, Asaprint Uitgeverij, Dordrecht.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal