elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: verweiden 

verweiden  , verweie , in de gaten hebben. Ik heb et al lang verweid, ik heb het al lang in de gaten gehad.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
verweiden , verwoide , werkwoord , Verweiden.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
verweiden , veweien , in een andere wei doen van het vee.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
verweiden , verweien , verweien, verweid , in een andere wei doen.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
verweiden , verweiden , zwak werkwoord, overgankelijk , in een andere wei doen Wij hebt de koenen verweid (Hijk), Wie mouten de baisten nog even verwaiden (Vtm)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
verweiden , verwaaie , werkwoord , verwaai, verwaaide, verwaaid , verweiden Azzie een grôôte koppel koeie had mozzie veul verwaaie Als je een grote groep koeien had moest je het vee vaak naar een verse wei brengen (verweiden)
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal