elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: verwijten 

verwijten  , verwiete , verwijten.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
verwijten , verwieten , sterk werkwoord, overgankelijk , verwijten Hom vaalt niks te verwieten (Erf), Ie mut mij niks verwieten, ik kan het niet helpen (Koe) *De pot verwet de ketel dat e zwaart zut de een verwijt de ander zijn eigen gebrek (And)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
verwijten , verwieten , werkwoord , verwijten
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
verwijten , verwieten , (werkwoord) , verwit, verwieten, verweten , verwijten.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
verwijten , verwiete , verwietj, verweet, verwete , verwijten
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
verwijten , verwèète , sterk werkwoord , verwèète - verwêet – verweete , verwijten; WBD III.1.4:424 'verwijten' = idem; in tegenwoordige tijd vocaalkrimping: gij/hij verwèt
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
verwijten , verwie~te , verwaet – verwaete , verwijten
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal