elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: verzoeten 

verzoeten  , verzeute , verzoeten.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
verzoeten , vezeuten , verzeuten , verzachten, iets goed praten.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
verzoeten , verzuten , verzuten, verzuut , verzoeten.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
verzoeten , verzuten , zwak werkwoord, overgankelijk , Var. als bij zuut = veraangenamen Hie hef er niet veul aordigheid an, mor het geld verzuut het nog wat (Sle) *Geld verzuut de arbeid (Sti); Geld verzeuit, wat het waark aargert (Eex)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
verzoeten , verzuutn , zoet maken. Geld verzuut ’t wârk.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
verzoeten , verzuten , verzeuten, verzoeten , werkwoord , aangenamer maken, bijv. Geld verzuut veule
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
verzoeten , verzuten , (werkwoord) , verzuten, verzuut , verzoeten.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal