elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: verzuren 

verzuren  , verzoore , verzuren.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
verzuren , verzoeren , zwak werkwoord, onovergankelijk , Var. als bij zoer = verzuren Dat stok laand is verzoerd, dat kan niet goed ofwaetern (Nijs), ...er kan gien lucht inkommen (Wed), (fig.) Hie verzoert. Hie blef zitten, waor e zit (And) *Wat in het vat zit, verzoert niet (Ruw)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
verzuren , verzoeren , werkwoord , verzuren: zuur worden
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
verzuren , verzuur , uitdrukking , Wat in ’t vat zit verzuur nie bepaalde zaken blijven bestaan
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
verzuren , verzore , verzoortj, verzoordje, verzoordj , verzuren
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
verzuren , verzaore , verzuren
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal