elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: vinken 

vinken  , vinke , met vuurtje spelen.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
vinken , vinke , werkwoord , Eten. | Is er nag wat te vinken?
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
vinken , vinken , zwak werkwoord, (on)overgankelijk , 1. vinken vangen Vinken met een liemstok is verboden (Nam) 2. vangen (Zuidoost-Drenthe) Hie zat er achteran te vinken (Sle) *Die ’s zomers geet vissen / En ’s winters geet vinken / Die zal het vleis in de kupe nooit stinken van iemand die veel tijd besteedt aan dingen van vermaak (Die)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
vinken , vinke , uitdrukking , Bij meñse die visse en vinke zel ’t spek in de kuip nooit stinke Mensen die alleen voor hun plezier leven komen niet aan de kost (ook gezegd van een precieze boer die nooit risico’s durft te nemen)
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal