elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: vlammen 

vlammen  , flemme , sigaar of pijp rooken.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
vlammen , vlammen , zwak werkwoord, onovergankelijk , vlammen Het smeulde wat, man het wol nich vlammen (Bov)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
vlammen , [roken ] , vlemme , vlemtj, vlemdje, gevlemdj , 1. vlammen, roken 2. schieten , Aan ’t vlemme zeen: aan het roken zijn.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal