elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: vleermuis 

vleermuis , fleddermoes , fleddermuus , fledermuis, vleermuis; Oostfriesch fleddermûs. Eigenlijk: fladdermuis.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
vleermuis , vlaardemuis , (zelfstandig naamwoord vrouwelijk) , Daarnaast vlaremuis en vleremuis. Vleermuis. || De vlaremuis, die veegde ’et huis (uit een kinderrijm). Piep, zei de vlaardemuis; morregen komt de ooievaar thuis (idem). Evenzo elders in N.-Holl. – Het woord zal wel ontstaan zijn uit vladermuis, een bijvorm van vledermuis. Vgl vlaardeboom.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
vleermuis  , vlaermoes , vleermuis.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
vleermuis , vläärmůs , mannelijk , vliäärmüüze , vleermuis
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
vleermuis , vlearmoes , zelfstandig naamwoord , vleermuis
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
vleermuis , flérmuus , v , flérmuus , vleermuis (-zen).
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
vleermuis , fleddermoes , vleermuis
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
vleermuis , vlaremuis , zelfstandig naamwoord de , Vleermuis. Vgl. Fries flearemûs.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
vleermuis , vlérmeusj , vleermuis.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
vleermuis , vleermoes , vleermuis.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
vleermuis , vleermoes , de , Var. als bij vleer = vleermuis De vleddermoes begunt tegen donkeraovend te vleigen (Eel), De vlèermoes vangt een iekmulder (Flu)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
vleermuis , flirmuis , vleermuis.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
vleermuis , vleermoes , (Gunninks woordenlijst van 1908) vleermuis
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
vleermuis , fleermoes , fleermuus , vleermuis.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
vleermuis , flirmûize , vleermuizen , Flirmûize zie'de paas teege d’n aovend, die worre wakker és't begient te dónkere. Vleermuizen zie je pas tegen de avond, die worden wakker als het donker begint te worden.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
vleermuis , vleermoes , vleermoeze , zelfstandig naamwoord , de 1. vleermuis 2. verplaatsbare gas- of oliepit voor verlichting
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
vleermuis , vleeremuis , vlêêmois , zelfstandig naamwoord , vleeremuize, vlêêmoize , vleeremuisie, vlêêmoisie , vleermuis Ook vlêêmois [Whw]
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
vleermuis , vlermùìjs , vleermuis
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
vleermuis , vlèèrmoes , (zelfstandig naamwoord) , vleermuis.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
vleermuis , vlaermoes , flaermoes , (vrouwelijk) , vleermuis
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
vleermuis , vlirmèùs , zelfstandig naamwoord , vleermuis; WBD III.4.2:46 'vleermuis'; Stadsnieuws -  Soomers schèère meej den donkere de vlirmèùzen oover oewe kòp (260807); Goem. VLEERMUIS – fli:remues, znw.vr
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
vleermuis , vlaermoe~s , vlaermuus , vlaermuuske , vleermuis
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal