elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: zwijgen 

zwijgen , zwig , zwijgt; Roelf zwig = Roelf zwijgt; ook imperat. enk. en mv.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
zwijgen , zwîgen , (sterk werkwoord) , zwijgen.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
zwijgen  , zwiege , zwieg, zwiegs, zwieg, zweeg, gezwege , zwijgen.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
zwijgen , zwiigen , zweeg, ezwiäägen , zwijgen
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
zwijgen , zwieng , werkwoord, sterk , 1e persoon enkelvoud tegenwoordige tijd: zwiege, 2e persoon enkelvoud tegenwoordige tijd: , zwijgen
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
zwijgen , zwieng , zweeg, ezwöang , zwijgen.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
zwijgen , zwiegen , sterk werkwoord, (on)overgankelijk , zwijgen Ze wet niet wat ze zeggen of zwiegen mot (Bei), Een flapoet is eine, dei niks zwiegen kan (Bov), Hie dee het eeuwig zwiegen der toou was overleden (Eex), Hie zweeg as het graf (Sle), Hie zal het proten wal leren; as e het zwiegen maor leert (Odo) *Een oolde kerel en een oold peerd hebt het zwiegen van mekaar leerd (Pdh); As het geld sprek, mot het geloof zwiegen (Gas); Spreken is zulver, zwiegen is gold (Emm)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
zwijgen , zwijgen , zwijgen. (zwijg, zwig, gezwiggen).
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
zwijgen , zwîêgen , zweg, zweeg, zwegen, ezwegen , zwijgen
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
zwijgen , zwiegn , ik zwiege / zwege; iej zwieg / zweegn, hie zwig / zweeg; wie zwieg / zweegn; ik heb ezweegn , zwijgen.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
zwijgen , zwiige , zwijgen , Sprèèke is zilver én zwiige is goud, zègge ze dan, dôr zit wél iet in. Spreken is zilver en zwijgen is goud, zeggen ze dan, daar zit wel iets van waarheid in.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
zwijgen , zwiegen , werkwoord , 1. zwijgen, niets zeggen 2. ophouden te doen horen, geen geluid meer geven
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
zwijgen , zwiegen , (werkwoord) , zwig, zweeg/zwiegen, ezweg , zwijgen.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
zwijgen , zwiege , zwiegtj, zweeg, zwege, gezwege , zwijgen , Geliek höbs se, mer zwiege zuls se! Ónger ós gezag en gezwege. Van zwiege is geine gestorve: zwijgen strekt je tot eer.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
zwijgen , zwèège , sterk werkwoord , zwijgen; Frans Verbunt (1996) - zwèèg stil! - hou je mond; Cees Robben - Òch, lòt ik er mar oover zwèège; et paast beeter te zwèège; Cees Robben - zwèège moete as ge oud zèèt; gez. Henk van Rijen - Ik moet zwèège want ik hèb en winkeltje – neutrale opstelling v. kleine middenstander.; B zwèège - zwêeg - gezweege - geen vocaalkrimping in tegenwoordige tijd; Buuk Zwèèg stil - hou je mond; ‘Zwèèg stil, zwèèg stil - praat me er niet over.'; zwêeg - verleden tijd van zwèège; zweeg
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
zwijgen , zwie~ge , zwaeg – gezwaege , zwijgen
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal