elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: drank

drank , drank , paarden-wed
Bron: Boers, B. (1843), [Overflakkees] ‘Lijst van eenige verouderde, of in de provincie Zuidholland niet gebezigde Nederduitsche woorden, welke op het eiland Goedereede en Overflakkee nog heeden in gebruik zijn’, in: Beschrijving van het eiland Goedereede en Overflakkee, Sommelsdijk, pp. 48-57
drank , dronk , (mannelijk) , drankje.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
drank , drank , voor: sterke drank; wie hebben nooit gijn drank in hoes; hij bruukt nooit gijn drank, dat is geen jenever of brandewijn; hij is van drank of; hij ’s an drank = aan den drank verslaafd; drank in de pōkkel (of: ien hoed) hebben = sterke drank gedronken hebben, indien zich dit een slechte luim openbaart; hijt op drank wezen = te veel van sterken drank houden. – Ook = spoeling. – En: flesch met drank als geneesmiddel; hij het tien dranken had; ìjn drank köst ’n schell’n (schelling). De duur eener ziekte wordt gewoonlijk naar het aantal dranken geschat die de zieke heeft gebruikt.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
drank , drank , (zelfstandig naamwoord mannelijk) , Zie de wdbb. ‒ Ook spoeling, draf. In het bijzonder het zure vocht, dat bij de stijfselmakerij ontstaat en dat van de stijfsel, die zich in de kuipen gevormd heeft, wordt afgeschept. Drank is een zeer gewild veevoeder. Tegenwoordig worden echter ook de vaste bestanddelen uit de drank gehaald en tot koeken samengeperst. || Daar gaat een schuit met drank, die komt zeker van het stijfselhuis. Evenzo in Friesl. (HALBERTSMA 739). ‒ Vgl. drankbak, drankkuil, dranktafel.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
drank , drank* , ook = spoeling; vgl. schötel en veul *.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
drank , draank , zelfstandig naamwoord, mannelijk , sterke drank
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
drank , draank , drank , Ook drank (Zuidoost-Drenthe, Veenkoloniën) = sterke drank, vaak jenever Haol even een fles draank (Gro), Hij is helemaole an de draank (Mep), Hij har altied genog drank in hoes (Nsch), Hie had de pèens weer vol draank was dronken (Emm), Schiere drank jenever zonder suiker (Sle), Hij hef een kwaoie draank over zuk (Eex) As de draank is in de man, zit de wiesheid in de kan (Hijk); Draank in de man, verstand in de kan (Vtm); Draank is een bedarf in aandermans lichaam (Bor); Draank verslindt wat arbeid wint (Ruw)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
drank , drank , sterke drank
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
drank , draank , zelfstandig naamwoord , de; sterkedrank
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
drank , drank , (zelfstandig naamwoord) , dränkien , drank.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
drank , draank , zelfstandig naamwoord , drank; Kees en Bart: sterken draank; Cees Robben: naa moete den draank vort öt oew lèèf laote; Cees Robben: ge moet den draank en mònd laote staon; Frans Verbunt: ge kunt den draank öt zen bakkes tappe (gezegd van iemand wiens gezicht drankmisbruik verraadt); Cees Robben: 'ge moet d'n draank 'n maond laote staon ...'
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
drank , drank , dranke , drenkske , drank
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal