elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kerstwegge

kerstwegge , korssewegge , kersmis-koekjes, kersbrood
Bron: Boers, B. (1843), [Goerees] ‘Lijst van eenige verouderde, of in de provincie Zuidholland niet gebezigde Nederduitsche woorden, welke op het eiland Goedereede en Overflakkee nog heeden in gebruik zijn’, in: Beschrijving van het eiland Goedereede en Overflakkee, Sommelsdijk, pp. 48-57
kerstwegge , korssewegge , kersmis-koekjes, kersbrood
Bron: Boers, B. (1843), [Overflakkees] ‘Lijst van eenige verouderde, of in de provincie Zuidholland niet gebezigde Nederduitsche woorden, welke op het eiland Goedereede en Overflakkee nog heeden in gebruik zijn’, in: Beschrijving van het eiland Goedereede en Overflakkee, Sommelsdijk, pp. 48-57
kerstwegge , kerswegje , Zeer bekend is bij onze vroegere schrijvers het woord wegge. Kiliaen vertaalt het: massa butyri oblonga, utrimque acuta; butyrum cuneatum in formam cunei coactum; panis triticeus, oblongus. Vooral in den laatsten zin komt het dikwijls voor. Oudemans haalt in zijn woordenboek op Bredero de plaats uit de Jerolimo aan: ‘Hebje hongher vryer? gaat tot ongsent, snyt ham ende weg of vleys.’ Huygens spreekt in zijn Voorhout (I, bl. 97) van nieuwejaersche weggen enz. Te Dordrecht bezigt men nog het woord kerswegge en verstaat er door een soort van brood, dat bij gelegenheid van het Kerstfeest gebakken wordt en dat aan de einden spits toeloopt. Ook in Noord-Holland is het nog in zwang, maar verbasterd in kossewaige. Z. N. Ned. Taalm. II, bl. 226.
Bron: Bisschop, W. (1862), ‘Het Dordsche taaleigen. Bijdrage tot de kennis der Hollandsche dialekten’, in: De Taalgids 4, 27-48.
kerstwegge , korseweg , korswêêke , zelfstandig naamwoord , korsewegges , korsewechie , kerstwegge, kerstbrood, kersttimpen (kleine puntbroodjes met krenten en rozijnen) Bij ‘korsemus’ en ‘korsdaege’ bleefet ‘kors’, net as bij ‘korswêêke’, bij ‘kerstfêêst’ en ‘kerstbôôm’ wieret ‘kerst’ Het verouderde voorvoegsel ‘kors’ bleef bewaard in ‘korsdaege’, ‘korsemus’, en ‘korswêêke’; later werd dat ‘kerst’ bij ‘kerstfêêst’ en ‘kerstbôôm’
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
kerstwegge , korswig , soort ruitvormig kerstbroodje met krenten (Nederlands: kerstwegge)
Bron: Grauw, Sibrand de en Gerard Gast (2014), ABC Dordt. Dordtse woorden en uitdrukkingen, dialect, verhalen en versjes, gedichten en straattypes, Asaprint Uitgeverij, Dordrecht.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal