elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: elder

elder , elder , uijer van eene koe
Bron: Boers, B. (1843), [Goerees] ‘Lijst van eenige verouderde, of in de provincie Zuidholland niet gebezigde Nederduitsche woorden, welke op het eiland Goedereede en Overflakkee nog heeden in gebruik zijn’, in: Beschrijving van het eiland Goedereede en Overflakkee, Sommelsdijk, pp. 48-57
elder , elder , uijer van eene koe
Bron: Boers, B. (1843), [Overflakkees] ‘Lijst van eenige verouderde, of in de provincie Zuidholland niet gebezigde Nederduitsche woorden, welke op het eiland Goedereede en Overflakkee nog heeden in gebruik zijn’, in: Beschrijving van het eiland Goedereede en Overflakkee, Sommelsdijk, pp. 48-57
elder , elder , (zelfstandig naamwoord mannelijk) , Uier van een schaap. ‒ Overdr. ook de borsten van een vrouw. || Wat het die vrouw ’en elders (grote borsten). Kijk die elders ers overhangen. ‒ Reeds HADR. JUNIUS, Nomencl. 23b, geeft het woord op: “Mamma, mammilla, uber. B. Mamme oft borst in femina, wre in armento, elder in ovillo pecore.” ‒ Elder is ook op de Zeeuwse en Z.-Holl. eilanden gebruikelijk (DE JAGER, Magaz. v. Ned. Taalk. 5, 41.).
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
elder , eiders , borsten of uiers
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Winschoter bargoens, in: Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal