elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: andersom

andersom , ansum , aansum, ansumme , andersom, het tegengestelde. als imperat. = omkeeren, omwenden.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
andersom , andersôm , omgekeerd, en: het omgekeerde; ’t is net andersôm = juist het tegengestelde is waar; zich andersôm leggen = zich omkeeren, op de andere zijde gaan liggen.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
andersom , andersom* , is Nederlandsch.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
andersom , aans umme , bijwoord , andersom
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
andersom , anderzum , andersom, omgekeerd; anderzum ántrekke omgekeerd aantrekken (van een kledingstuk)
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
andersom , aârsom , samentrekking van andersom. Vgl. Fries oarsom. Zegswijze de boel aârsom gooie, een miskraam hebben. – ’t Is net aârsom, het is het tegengestelde. – De wiele aârsom gooie, de zaak anders, beter aanpakken.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
andersom , angesjeróm , angesjóm , andersom.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
andersom , aansumme , andersom.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
andersom , aansum , ansum, anderssum, aanderssum , Ook ansum (Midden-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid), anderssum, aanderssum (Zuidwest-Drenthe, Zuidoost-Drenthe, Veenkoloniën) = andersom, tegengesteld, Do most het breien net aansum anpakken (Zwi), Niet linksum ofslaon bij het kruuspunt, maor net aansum, dus rechtsum (Bui), Veuroet, aansumme, ik mag je neet mèer zeen (Bei)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
andersom , auwsum , andersum , andersom, verkeerd om: ge hèt oewen sok auwsum aon, je hebt je sok verkeerd om aan.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
andersom , andersum , andersom , Un váéreke gi krék andersum és ge dènkt, trèk'tem ôn zun'ne start dan git'tie vrût. Een varken gaat net andersom dan je denkt, trek hem aan de staart dan gaat hij vooruit.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
andersom , aandersomme , aansomme, eersomme, aersomme , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , 1. andersom 2. tegengesteld aan een andere situatie
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
andersom , aorsom , aorzom , bijwoord , andersom Draai het nou is aorsom Bekijk het nu eens van de andere kant Ook aorzom
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
andersom , anderzum , auwzum , andersom, achterstevoren
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
andersom , auwsum , verkeerd
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
andersom , andersumme , (bijwoord) , andersom, omgekeerd.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
andersom , andersum , andersom
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
andersom , anderstom , andersom.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
andersom , auwsum , ouwsum , bijwoord , andersom (Den Bosch en Meierij; Land van Cuijk); ouwsum; binnenstebuiten (Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
andersom , angesóm , andersom, zie ook ómmesang (woordgrapje)
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
andersom , ómmesang , andersom (taalgrapje)
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
andersom , angesóm , andersom
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
andersom , ângersum , bijwoord , andersom
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
andersom , andersum , angersum , andersom
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal