elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: duffel

duffel , duffel , dikke gevoerde winterjas
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
duffel , duffel , de , duffels , 1. blauwe stof Goeie duffel lat gien kaolde deur (Bor) 2. duffelse jas De duffel was mooi ofzet met lint of stotkaant (Sle), Hij had een beste duffel an (Eel)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
duffel , duffel , dikke winterjas.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
duffel , duffel , zware soort stof
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
duffel , duffel , zelfstandig naamwoord , de; duffel: zware, duffelse jas
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
duffel , doefel , in de uitdrukking “‘n dieke doefel”, “een dikke vrouw”.
Bron: Luysterburg, J. e.a. (2007), Dialecten in het Zuidkwartier. Hoogerheide, Ossendrecht, Putte, Woensdrecht, Heemkundekring Het Zuidkwartier.
duffel , duffel , zelfstandig naamwoord, mannelijk , duffels , duffelke , winterjas
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
duffel , duffel , zelfstandig naamwoord , "duffel - stofnaam (textiel); WBD II.4. p. 862 – J.T. Bonthond, Woordenboek voor de manufacturier (1947) zegt bij „duffel"": „Zwaar kaardgaren dubbelweefsel voor winterjassen"". Van Dale zegt bij „druffel"": „1 . Dikke wollen stof met lang haardek die waarschijnlijk haar naam ontleent aan het Belgische plaatsje Duffel. 2 . Zware (winter)jas van de onder 1. genoemde stof"". duffel: duffel, K 183 (= Tilburg); Henk van Rijswijk - Duffel: zware strijkgaren stof, sterk gevold, aan beide zijden geruwd met een hoog en dicht haardek, in keper- of versterkte keperbinding geweven. Waterafstotend gemaakt. Toepassing winterjassen en joppers. Marineduffel: als duffel maar dan marineblauw geverfd en bedoeld voor de marine. Zeeduffel: extra zware uitvoering van duffel. (Herinneringen aan zijn opleiding aan de Hogere Textielschool - 1 september 1950 tot en met juli 1954); WNT – lemma Duffel – 1915 - znw. onz. Ontleend aan den naam van de stad Duffel bij Antwerpen. 1. Eene soort van dikke wollen stof. Van het gekeperd zie fries onderscheidt zich duffel alleen door dikker spinsel, steviger volling en eenigszins korter geschoren hair, KUYPER, Technol. 2, 459. 2. Winteroverjas van duffel."
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal