elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: eghaak

eghaak , ég-haok , m , eg-tand.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
eghaak , eghoak , hoak um de eg mej umhuëg te trekke, zoëdát d’n drek gelost ká waere.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
eghaak , egenhaak , egehaak , (Zuidoost-Drents zandgebied). Ook egehaak (Midden-Drenthe, Kop van Drenthe, Zuidwest-Drenthe). Verdere var. als bij ege = haak om eg te lichten, z. ook lichter
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
eghaak , eghook , om de eg te schudden.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
eghaak , eidehaoke , zelfstandig naamwoord , de; haak waarmee men een eg licht
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
eghaak , eghook , eghaak
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal