elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: el

el , elle , (vrouwelijk) , el.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
el , el , Nog steeds gebruiken de vrouwen de oude el, de el (688 mM) als lengtemaat; el’s goud is eene stof die eene oude el breed is, en zoo heeft met ook anderhalf el’s en tweiel’s goud. Onder vör’l verstaat men het vierde deel van die el. Zoodoende moet de meter en deelen er van steeds tot die oude maat herleid worden.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
el , elle , elle , el
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
el , elle , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , ellemaat
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
el , ël , vrouwelijk , ëlle , ëlke , el (lengtemaat 66,9 of 69,8 centimeter, onderverdeeld in 16 talieën).
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
el , elle , el.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
el , el , elle , ellen , Ook elle (Zuidoost-Drents veengebied, Midden-Drenthe, Zuidwest-Drenthe) = el Ik heb een lap stof bij de el kocht (Een), Vrogger, toen ik jong was, mugden ij in de kneep niet dikker wezen as een el (Sle), Veur een schoet waren ie vief el en een vörrel neudig (Ros), Hij is zo gemeen as ketoen van drei centen de elle (Mep), Wat is dat een lange kerel, die kuj wel bij de el oetmeten (Bal), Zien geduld is ok gien el lang (Bei), Twie pond en anderhalf el is een kilometer (Emm), Die lop van een elle op viefvörrel maakt een omweg (Die)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
el , el , ongeveer 68 cm.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
el , elle , el
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
el , elle , el.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
el , elle , zelfstandig naamwoord , de; bep. lengtemaat: el
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
el , el , oude lengtemaat
Bron: Peels-Mollen, J. met werkgroep Weerderheem in Valkenswaard (Ed.) (2007), M’n Moederstaol. Zôô gezeed, zôô geschreeve. Almere/Enschede: Van de Berg.
el , elle , (zelfstandig naamwoord) , el, oude lengtemaat.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
el , èl , el , ’t Vâgevuur is ’n èl bóvve de grónd. Het vagevuur is een el boven de grond. Een el boven de grond is de broekzak van de pastoor. Hierin verdwijnt het geld dat nodig is om je uit het vagevuur te redden. Aan hemel of hel was niets te verdienen. Spottend gezegde.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
el , èl , (vrouwelijk) , èlle , èlke , 1. el, oude afstandsmaat 2. maatlint van kleermaker
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
el , èl , zelfstandig naamwoord , lengtemaat van 0,726 m; (in Tilburg in gebruik vóór de invoering v.h. Ned. Metriek Stelsel, 1820); Henk van Rijen: ze heeget gin zeuve el brêed - ze heeft het niet al te breed; Henk van Rijen: goed van vèèf cènt et èl - iets van de minste kwaliteit; Cees Robben:  'zoo gemèèn as goed van vèèf cent 't el'
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal