elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: foeperpot

foeperpot , foekepot , Rommelpot voor vastelaovend. Aan een gedroogde varkensblaas werd een stevige rietstengel vastgebonden. Daarna werd de varkensblaas over een pot of conservenblik gespannen en stevig vastgebonden. Door met een bevochtigde hand (bijvoorbeeld met spoúw) een glijdende beweging over de rietstengel te maken, werd een laag rommelend geluid voortgebracht, waarbij men liedjes zong. b.v.: foekepotterij, foekepotterij, geef mene cent dan gaak voorbij.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
foeperpot , foeperpot , rommelpot, met een varkensblaas overtrokken pot waarin een vochtig rietje op en neer bewogen wordt zodat een rommelend geluid ontstaat
Bron: Melis, A. van (2011) Bikse Praot. Prinsenbeeks Dialectwoordenboek. Prinsenbeek: Heemkundekring ‘Op de Beek’
foeperpot , foeperpot , zelfstandig naamwoord , rommelpot, muziekinstrument bij vastenavond (Eindhoven en Kempenland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal