elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: houkind

houkind , haawkènd , zelfstandig naamwoord , kind dat borstvoeding krijgt. “Krèègt jullie Tienuske de flès?”“Nêê, ik haaw ’t.”Ik geef het de borst.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
houkind , haauwkeind , kind dat bij andere mensen wordt opgevoed.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
houkind , háúwkèìjnd , pleegkind
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
houkind , haawkiendje , zelfstandig naamwoord , zorgenkindje (Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal