elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: houwmouw

houwmouw , hamaauw , hamauw , voor ruk- of wervelwind. (Eene ingeperste wolk schiet als een ronddraaiende zuil naar beneden, door den wind steeds slingerend voortgedreven).
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
houwmouw , hoûwmoûw , haûwmaûw , v , hevige onweersbui; wervelwind, windhoos, zwaarder dan onweer?
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
houwmouw , haowmaow , wervelwind; kiek dòr ’n haowmaow “kijk daar een wervelwind”
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
houwmouw , haawmaaw , zelfstandig naamwoord , windhoos. Het woord wordt weinig meer gebruikt maar is in Beek en de omliggende dorpen nog altijd bekend.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
houwmouw , hóuwmóuw , dwarrelwind, wervelstorm.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
houwmouw , haauwmaauw , wervelwind , Héd'de wél'les nen haauwmaauw gezien, dan wordt 'r stóbber de lócht in gezooge. Heb je wel eens een wervelwind gezien, dan wordt er stof de lucht in gezogen.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
houwmouw , hoûw-moûw , zelfstandig naamwoord vrouwelijk , hoûw-moûwe , - , wervelwind , VB: Op 9 juli 1959 hèt 'n hoûw-moûw op 't Brook 'n gaanse ry kannedasse veranneweerd. Oüch op 14 juli 1985, bié 't 150-jaorig besjtoën van de hermenie, wäor 'n fleenke hoûw-moûw.; windhoos; hoûw-moûw (zie 'wervelwind')
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
houwmouw , hóúwmóúw , dwarrelwind, wervelwind
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
houwmouw , haawmaaw , hauwmauw, hawmauw , zelfstandig naamwoord , wervelwind, windhoos (Tilburg en Midden-Brabant); hauwmauw; wervelwind, windhoos (Den Bosch en Meierij; Eindhoven en Kempenland; Land van Cuijk); hawmaaw wervelwind (Helmond en Peelland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
houwmouw , houwmouw , (mannelijk) , wervelwind die bij erge droogte zand, gras en hooi doet opwaaien , Det is in einen houwmouw gedaon: dat is in een vloek en zucht gedaan.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
houwmouw , hauw-mauw , wervelwind; in eine hauw-mauw – in een vloek en een zucht
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
houwmouw , houw-mouw , zie hauw-mauw
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
houwmouw , houwmouw , zelfstandig naamwoord, mannelijk , stuifwind
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
houwmouw , haawmaaw , zelfstandig naamwoord , "wervelwind; Cees Robben – ...krek-lek unne haauw-maauw (19560428); Cees Robben – Wè maauwde van unne haauw-maauw.. maauwer... (19570631); Cees Robben – Diejen haauw-maauw komt me krek van paas... (19760514); Van Beek - 't Dorp Haaren werd in 1957 door een grote windhoos verrast, waarbij enkele kippenhokken het moesten ontgelden, terwijl tientallen bomen werden ontworteld. Toen sprak men van een ""haauwmaaw"". Als 's zomers 't hooi in oppers staat en de wind schiet er onder, dan komt dat door een ""haauwmaaw"", even goed als vroeger in 't najaar als 't Bosse Veld blank stond en het water werd de lucht ingecirkeld. (Nwe. Tilb. Courant; Tilburgse Typen afl. XIII; 28 maart 1958); WBD III.4.4:111 'houwmouw' = rukwind; 113 'houwmouw' = windhoos; Stadsnieuws (rubriek): Diejen haawmaaw van vleeje week heej veul schaoj gebròcht (291106); C. Verhoeven: HAUWMAUW (haawmaaw) m. wervelwind, orkaan. Geluidsnabootsing? Z.a. De Bont: zelfstandig naamwoordvr. 'haauwmaauw' - wervelwind, windhoos; Cornelissen & Vervliet, Idioticon van het Antwerpsch (1899): ;  HOUW, zelfstandig naamwoordv. -wervelwind, draaiwind; Jan Naaijkens, Dès Biks (1992)- haawmaaw zelfstandig naamwoord- windhoos; Str. - haawmaaw (2:65)"
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal