elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: inmaken

inmaken , imaake , maakde in, haet of is igemaak , inmaken.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
inmaken , inmaken , sterk, zwak werkwoord , wecken, inmaken Kool en bonen kuj inmaeken in een Keulse pot (Wsv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
inmaken , [wecken] , inmaken , groenten enz. wecken. unnen ingemakte, een egoïst.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
inmaken , inmaeken , werkwoord , 1. inmaken, inleggen: voornamelijk van groenten 2. inmaken: bij wedstrijdsport 3. bedriegen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
inmaken , [inzaaien] , inmaoken , inzaaien (W.-Veluwe).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
inmaken , inmake , 1. inmaken, wecken 2. met groot verschil verslaan , Buuenkes inmake.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
inmaken , inmake , werkwoord , maaktj in, maakdje in, ingemaaktj , verslaan, wecken
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal