elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aangeven

aangeven , [aangifte doen, overhandigen] , angéven , (sterk werkwoord) , aangeven; verstarf angéven, aangifte doen voor het recht van successie en overgang; ’t wark der an géven, het werken opgeven.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
aangeven , angeven , voor: ophouden, staken, uitscheiden met werken; wie zellen ’t’r moar angeven = wij willen maar ophouden met het werk; hij het zien winkel d’r angeven = hij heeft zijn winkel van de hand gedaan. Staat voor: opgeven. (Bij v. Dale: ik geef het er aan = ik houd er mede op. Evenwel niet: aangeven, in die betekenis.)
(zich) aanmelden als loteling; ’n kind angeven = de geboorte van een kind bij den burgerlijken stand opgeven; ook als doopeling bij den predikant of koster. Staat voor: opgeven ter inschrijving.
voor: inspannen, zich beijveren om iets te leeren: de jong het zōk goud angeven = de jongen heeft ijverig gewerkt.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
aangeven , angéven , Ophouden met, vaarwel zeggen. Fr. abandonner. H(i)ee hèf ’t warken d’r anegéven; h(i)ee g(i)eet nu op zîn slüfkes lèven. Hendrik Jan hèf zîn deerne d’r anegéven: Zijn engagement verbroken Ook Gron.
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
aangeven , angeven* , (bldz. 9): ook bij v. Dale, onder “geven.”
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
aangeven , angéven , Ophouden met, vaarwel zeggen. Fr. abandonner. H(i)ee hèf ’t anegéven bî de poliesie.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
aangeven , ángéêve , gaoven án, ángegéêve , Goei wéér ángéêve! Het weerbericht voorspelt goed weer.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
aangeven , aagaeve , gouf aan, haet of is aaggegaeve , aangeven.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
aangeven , angeven , sterk werkwoord, overgankelijk , 1. aanreiken, overhandigen Wi’j mij de flesse èven angeven? (Bro), Kun ie dit èven bij oeze volk angeven? (Ruw) 2. aangifte doen, aanmelden Aj wat verleuren hebt, kuj het angeven (Wap), Ik moet even hen het gemientehoes um het kind an te geven (Oos), ...hen angeven kind aangeven (Sti), Een zwien angeven veur het slachten (Scho), De hond angeven voor de hondenbelasting (Hol), Hij het het wel angeven bij de politie (Eel) 3. aanduiden Is het ok zo late as de klokke angef? (Hijk), Dat stait ook nait dudelk aangeven (Vtm), Het regent neet det het wat angef betekent niet veel (Rui) 4. gebruik maken van (Zuidwest-Drenthe, zuid) As het scheuvelies is meuj oe angeven (Rui)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
aangeven , angeven , aangeven
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
aangeven , angeevm , 1. aangeven, aangifte doen. Hie hef ’t anegeevm bie de pelietsie, dat ’m defietse of esteuln is. 2. aangeven, aanreiken Wil iej mien de poke angeevm? 3. (der angeevm), er aan geven, stoppen met. Iej mutn ’t èètn der niet angeevm, dat is gien bes teekn.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
aangeven , ôngèève , aangeven, opgeven , Kunde gi die spulle éfkes ôngèève, want anders kom ik veul telaot vur de rómmelmért. Kan jij die dingen even aangeven, want anders kom ik veel te laat op de rommelmarkt. Voltooid deelwoord ôngegeeve. Héij hee’get ôngegeeve. Hij heeft het opgegeven. Hij legt er zich bij neer.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
aangeven , angeven , werkwoord , 1. aangeven, aanreiken 2. beduiden 3. melden, aangeven 4. opleveren
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
aangeven , aongëve , zich aongëve , werkwoord , ondertrouw , (in ondertrouw gaan) zich aongëve (zie 'geven') VB: Ze hebbe zich hûi aongeggëve en ze troûwe uüver 'nne maond
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
aangeven , [in handen geven] , angèven , (werkwoord) , 1. aangeven (bij de politie); 2. aanreiken. Zie ook: anlangen.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
aangeven , èngeeve , aangeven, aanreiken , Gif is éfkes de appelmoes èn. Geef eens eventjes de appelmoes aan., Dè zó de hum nie èngeeve. Dat zou je niet van hem denken.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
aangeven , aangaeve , 1. aangeven 2. aanduiden 3. beschuldigen 4. zich inschrijven , Gaef mich daen hamer ins aan.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
aangeven , òngeeve , sterk werkwoord , òngeeve - gaaf aon - òngegeeve , aangeven; WBD III. 3. 3:293 òngeeve = zich laten inschrijven voor het huwelijk; Leo Goemans - Leuvens taaleigen (1936) - AANGEVEN wkw - aangeven, ook bij de burgerlijke stand
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal