elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: afbladeren

afbladeren , ofbloadêrn , ontbladeren, van bladeren berooven.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
afbladeren , ofbloadern , zie ofbladdern *.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
afbladeren , aafblaaiere , afbladeren.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
afbladeren , afblaoje , afblaojere , ontdoen (van (buiten)bladeren.)
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
afbladeren , afblaojere , afbladderen, ontvellen Ow vel zal wel afblaojere nou ge zò verbrând ziet! van verf of van zonver-brande huid.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
afbladeren , ofbladere , werkwoord , Afbladen, gedeeltelijk van (rotte) bladeren ontdoen, vooral met betrekking tot (bewaar)kool.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal