elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aflonen

aflonen , [dienstboden ontslaan en bij de dag afbetalen] , afloonen , ofloonen , dienstboden vóór Mei ontslaan en bij den dag afbetalen. Ook Gron. Overijs.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
aflonen , ofloonen , dienstboden binnenstijds ontslaan en naar den dag afbetalen of zes weken bovendien geven, (ook Drentsch, Geldersch); de knecht of meid zegt dan: boer het mie’t geld geven = hij het mie ofloond. De bedreiging: geef mie ’t geld, (of: mien geld) moar, zoo veel als: loon mie moar of. ’t Hoogduitsch ablohnen.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
aflonen , ofloonen , [ook Drentsch en Geldersch] = een dienstbode binnentijds de huur opzeggen: men geeft dan meestal zes weken [de zeswéék] extra; in boerendiensten spreekt men veelal van ’t geld geven; Hoogduitsch ablohnen.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
aflonen , oflonen , zwak werkwoord, overgankelijk , (Zuidwest-Drenthe, noord, Midden-Drenthe, Kop van Drenthe) = ontslaan en naar het aantal gewerkte dagen betalen Ik worde het niet iens over het waark, en der wörde deur de boer of eloond (Dwi), As de boer je wegstuurde binnen het jaor, mus hij je oflonen tot de leste dag dat je der warkt hadden (Nor)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal