elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: beutel

beutel , beutel* , vgl. deupe *, peukel * en prugel *, en het Nederlandsch (gemeenzaam) “peuter.”
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal