elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bijter

bijter , bieterke , bieter , voorwerp van zilver, ivoor of bot, dat men kleinen kinderen vóór het tanden krijgen als speelgoed in handen geeft, waarop zij dus kunnen bijten; ook Oostfriesch.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
bijter , bijter , (zelfstandig naamwoord mannelijk) , In een pelmolen. Benaming van zekere touwen. De snaren (touwen), die over de schijven lopen worden onderscheiden in bijters en sulders. De sulders kan men laten vieren, zodat zij sullen en de schijven niet meer in beweging brengen; de bijters echter blijven dan nog zo strak gespannen, dat zij de schijven doen draaien. – Zie de samenst. oorebijter, spekkebijter, stijlebijter.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
bijter , bieter , zie bieterke *.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
bijter , bieter , bieterd , bieters , Ook bieterd (in bet. 3.) = 1. bijtstuk van pijp Der waren ok kromme piepen; die hadden een holten kop en een botten bieter (Coe) 2. roofbij Wie hebt bieters op de iemen (Bco) 3. bijtend persoon of dier Dat peerd, dat is een lillijke bieterd (Anl), Wat bist toch een bieterd, laot dat toch nagelbijter (Erf)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
bijter , bieter , bieterd , zelfstandig naamwoord , de 1. iemand die bijt 2. paard dat snel bijt 3. hond die snel bijt 4. kind dat op de nagels bijt 5. mondstuk van een tabakspijp 6. iemand die snel, vaak scherp, stekelig reageert
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal