elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: binnendeurs

binnendeurs , binnendeur , (klemtoon op deur) = te huis, in huis: denk’r om! tien uur binnendeur! = ge zorgt er voor, om tien uur te huis zijn!; ’k wil hōm nijt weer binnendeur (= over mijn drempel) hebben; vgl. boetendèùr .
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal