elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: boerenplaats

boerenplaats , boerenploats , boerenploatse , in geschrifte boerenplaats = boerderij, landhoeve, zoowel de woning met schuur of: schuren afzonderlijk als deze met de daarbij behoorende landerijen; bie Warfum is ’n groote boerenploats ofbrand; dei boerenploats is in 1876 verkoft veur honderdfieftîgdoezend gulden. Zie ook: ploats.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
boerenplaats , boerenploats* , (bldz. 505), ook Geldersch.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
boerenplaats , boereplaas , zelfstandig naamwoord de , 1. Boerderij, boerenhofstee. 2. Boerenbedrijf met de daarbij behorende gebouwen en landerijen. Zegswijze ’t Gaat niet om ’n boereplaas, gezegd om aan te geven dat men niet te fanatiek moet spelen. bv. bij het kaarten. – Ze het ’n hêle boereplaas an d’r rokke hange, ze is schatrijk, heeft een rijke bruidschat of erfenis te verwachten. – Hai het ’n boereplaas verzopen, hij heeft voor een enorm kapitaal aan drank uitgegeven. Eigenlijk zoveel gedronken, dat hij failliet is gegaan en zijn boerderij is kwijtgeraakt.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
boerenplaats , boerenplaots , de , boerenbedrijf De boerenplaotsen lagen allemaol mit de kop naor de weg (Bov)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
boerenplaats , boereplaetse , boereplaets, boereplaese , zelfstandig naamwoord , de; boerderij (het gebouw), evt. met landerijen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
boerenplaats , boereplaes , zelfstandig naamwoord , boereplaese , boereplaesie , boerderij, hofstee Zie ook stee
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal