elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: chercher

chercher , sarries , schimpwoord, ook klootensarries, nagenoeg voor: lomperd, stoffel, domkop, ezel, enz. Van ’t Oudfransche cercheor (latere vormen: cerchier, cercheur, chercheur, ook wel gespeld: sarchier. (Godefroy, Diction. de l’ancienne langue française.) De oorspronkelijke beteekenis is: ambtenaar, met een onderzoek belast. Het woord chercher komt reeds omstreeks 1650 voor in de “Ordonnantie op ’t Ghemael”, waarvan art. XV luidt:”Bij een yder Molen in Stadt ende Lande staende, sal een Huys bij de Provincie ghetimmert, ende een Cercher bij de Heeren Gedeputeerden gestellet en geeedight worden.” Daarna volgt de “Instructie voor de Cerchers ofte Opsichter van de Meulens in Stadt ende Lande,”en verder de “Instructie voor Cherchers ofte Collecteurs ofte Collecteurs op Delfzijl, Termunterzijl ende de Soutcamp” van 1684, alles te vinden in: “Placcaat enz. op de Generale Middelen,” enz. gedrukt te Groningen in 1661 en later. De spelling cercher is de oudste daarna komt chercher ’t eerst voor in 1676. Bij Stallaert. “Gloss. v. veroud. termen, enz. komt voor cerchers = tolkommiezen, tolbeambten; Placc. v. Brabant 1622.” In Zuid-Nederland was het dus ook in gebruik, doch overigens nergens hier te lande, zelfs niet in Friesland en Drente. Dus, met beperkte beteekenis van’t Fransche chercheur. Vgl. het Engelsch searcher = belastingambtenaar, en inz. visiteur van schepen, enz.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
chercher , sarries* , chercher , verbastering van chercher, welk laatstgenoemd woord reeds omstreeks 1650 voorkomt, o.a. in de “Ordonnantie op ’t Ghemael”, waarvan art. XV luidt: “By een yder Molen in Stadt ende Lande staende, sal een Huys by de Provincie ghetimmert, ende een Cercher by de Heeren Gedeputeerden gestellet ende geeedight worden.” Daarna volgt de “Instructie voor de Cerchers ofte Opsichters van de Meulens in Stadt ende Lande” en verder de “Instructie voor de Cherchers ofte Collecteurs op Delfzijl, Termunterzijl ende de Soutcamp,” van 1684, – alles te vinden in: Placcaet enz. op de Generale Middelen enz., gedrukt te Groningen in 1661 en later. De spelling “cercher” is de oudste, daarnaast komt “chercher” het eerst voor in 1676. – De oorsprong van het woord zal in het Oud-Fransch moeten gezocht worden. In: Godefroy, Dictionnaire de l’ anc. langue française, komt voor het woord “cercheor” (ook wel gespeld “sarchier”: vandaar sarries), met de latere vormen “cerchier”, “cercheur”, “chercheur” = controleur, inspecteur. Reeds in de 16e eeuw komt “chercheur” in die beteekenissen in ’t Fransch niet meer voor: men denke er aan, dat de woorden “recherche” en “rechercheur” ook thans in Frankrijk in veel uitgebreider en algemeener beteekenis worden gebruikt dan bij ons. – Bij Stallaert, Glossarium van verouderde rechtstermen enz. komt voor: “Cerchers” = tolkommiezen, tolbeambten: Placc. v. Brabant 1622; – ’t was dus reeds vroeg in Zuid-Nederland in gebruik en is waarschijnlijk door een van daar afkomstigen ambtenaar naar hier overgebracht. Merkwaardig is het, dat het woord buiten onze provincie niet schijnt gebruikt te zijn, daar ’t bvb. in Drentsche stukken niet voorkomt. – Met sarries* vergelijke men voorts het Engelsche woord “searcher” (uitgesproken “sörtsjer”), dat ook visiteur van schepen kan beteekenen; ’t is duidelijk, dat dit woord met het Fransche “chercheur” taalkundig ten nauwste is verwant.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
chercher , sarrie , (ouderwets), (uit het Frans), 1. degene die de waterschapsgelden moest innen. 2. lomperd, kreng
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal