elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: contusie

contusie , kōntoezie , verwarring, hinderpaal, belemmering; ’t was ’n hijle kōntoezie dou zij dat touval kreeg, zooveel als: dat was eene stoornis, dat bracht groote verwarring te weeg. Vgl. ’t Latijnsche contusio, Fransch contusion = stooting, kwetsing, kneuzing.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
contusie , kontoezie* , Latijn contusio, Fransch contusion.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal