elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: danken

danken , danken , (zwak werkwoord) , danken, bedanken.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
danken , danken , zie: koekoek, en: astertou.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
danken , danken , (zwak werkwoord) , zegsw. We zellen maar danken, we moesten aan dat gesprek maar een eind maken.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
danken , danken , zie astertou *, dood * (bl. 513) en koekoek *.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
danken , daonken , zwak werkwoord , danken. Ik huappe at et ů vån dånke is: (?)
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
danken , daankng , werkwoord, zwak , 1 bedanken, 2 een dankgebed doen
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
danken , danke , werkwoord , Ook: bidden na de maaltijd. | Zelle we effies danke?
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
danken , danke , dankde, haet gedank , danken. Danke zègge mót geként zeen: “dank u zeggen”, is nog steeds een wellevendheid.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
danken , danke , werkwoord , danken. Zegswijze: Dè dankt me de klòòte. Betekent ongeveer: dat is niet te verwonderen. Voorbeeld: De voetbalclub is gedegradeerd. Dè dankt me de klòòte. Die jònges zitte liever aachter ‘n pilske dan aachter d’n bol aon. Dat verbaast me niets. Die jongens zitten liever achter ’n biertje dan achter de bal aan.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
danken , danken , daanken , Ook daanken (Zuidwest-Drenthe, Kop van Drenthe) = 1. danken Dat had ze aan heur buurman te danken (Ros) Ik zal je danken, doe dat zölf mor (Eex), Vriendelijk bedankt. Antw. Niks te danken (Pei), Dank je de koekoek (Een), ...de duvel (Emm), ...de donder (Erf), Danke dank u wel (Nsch), Daank oe wel (Hav), Daank e wel (Mep), Nee, danke afwijzing (Smi) 2. bidden Wi’j èven stille wèen, wij mut nog daanken bidden na het eten (Hol)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
danken , daanken , danken , werkwoord , 1. dank betuigen 2. het eten afsluiten met een gebed 3. onder dankzegging afslaan 4. weigeren te doen, te aanvaarden
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
danken , daanke , werkwoord , daankde, gedaank , bedanken , Zw: Niks te daanke: geen dank Zw: Nèi daanke: dank je feestelijk. Zw: Nèi daanke, de helf van d'n gojighèid ês al genôg: gezegd wanneer men iets aangeboden krijgt dat men niet wenst.; danken Zw: Slivvenhier op z'n bloetse kneje daanke. Zw: Niks te daanke: geen dank. Zw: (wanneer men iets aangeboden krijgt dat men niet wenst): Nèi daanke, de helf van de gojighèid ês al genôg.; daank uch bedankt daank uch; niks te daanke dank (geen dank!) niks te daanke!
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
danken , daankoew , dank u , daankoewel, dank u wel; agge vruger ’n koekske kréég van oew moeke, dan zeeje wij altij daankoewel = als je vroeger een koekje van je moeder kreeg, dan zeiden wij altijd dank u wel- nou, daankoewel wor, daor ben’k blij mee = nou, dank u wel hoor, daar ben ik blij mee-
Bron: Melis, A. van (2011) Bikse Praot. Prinsenbeeks Dialectwoordenboek. Prinsenbeek: Heemkundekring ‘Op de Beek’
danken , danke , danktj, dankdje, gedanktj , danken , Mèt danke höb ich de zölder vol ligke. Mèt danke voors se de hoonder kepot: aan een bedankje alleen heb je niks.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
danken , dânke , werkwoord , dânktj, dânkdje, bedânktj , bedanken
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
danken , daanke , zwak werkwoord , danken; Kees en Bart: 'Dat dankt me de stoep!'; Kees en Bart: 'Dè-d-hangt me de koekoek!'; B daanke - daankte - gedaankt; - geen vocaalkrimping ?
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal