elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: drekhaan

drekhaan , drekhoanen , zie: scheet.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
drekhaan , drekhoan , zie bldz. 362 II boven.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
drekhaan , drekhane , de , (Zuidwest-Drenthe, zuid) = zuinig persoon
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
drekhaan , drekhaene , zelfstandig naamwoord , de; drekhaan, hop
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
drekhaan , [hop] , drekhane , hop (upupa epops).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
drekhaan , drekhaan , zelfstandig naamwoord, mannelijk , drekhane , drekhaenke , (Ospels) hop (vogel)
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal