elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: drinkdobbe

drinkdobbe , [waterkom] , drinkeldobbe , dobbe (zie ald.) waaruit de beesten gedrenkt worden; ook Gron. Wat den vorm aangaat: kindelbier, Gron. drinkeldoode, hangelslöt, loopeldag; enz. Overijs. knuppeldoekje; Oostfr. drinkelfat, kindelbêr, enz. Westf. drögeldauk, wittelkwast, enz. Nederl. hangeloor, soort van tuinboon.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
drinkdobbe , drinkeldobbe , drinkdobbe , in geschrifte drinkdobbe = peerewask = paardenwed. In eene Voordr. van Ged. Stat. (1879) komt voor: “– de bestaande drinkdobben dadelijk te dichten, makende op deze bepaling de drinkdobbe van – eene uitzondering.” Drentsch, Oostfriesch drinkeldobbe. Gevormd als: drinkeldoode, hopeldoo, hangelslöt (ook Oostfriesch), hangeljoar, kroepelhenje, loopeldag, plukkelschuld, slachtelbijst, waskelvat, wittelkwast, endelkouk, spittelkees, vergetelbouk, zittelbrijven, schieteldouk, dreugeldouk. Vgl. endeldarm. Drentsch mestelzwien, kindelweek, kindelbier, lotteldag; Friesland schieteldoek (luier); Overijselsch knuppeldoekje; Middel-Nederlandsch drinkelbier = bier voor eigen gebruik; dragelvat = draagvat. Kil. vastelavond, windeldoeck, -band, -maend, -stock; Hoogduitsch Werkeltag, Wünschelruthe; Oostfriesch ëtelwâre, drinkelfat, tröstelbêr, lavelbêr, kindelbêr, hangelpêren, hangelboord, reddeldag, sichteltîd; Westfaalsch sniggelgöse, wiskeldauk, drögeldauk, wittelkwast; bij v. Dale: ringelbolt (gewestelijk); ringelrups nevens: ringrups; ringelslang; ringelwikke, ringelgans, hangeloor (soort van tuinboon), troostelbier, troostelwijn, vergetelboek nevens: vergeetboek, enz.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
drinkdobbe , drinkeldobbe* , hierbij ook dreugeldouk . Vergel. vasteloavond * en Hoogduitsch: Ringelhaube, Werkeltag, Wünschelruthe, enz.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
drinkdobbe , drinkeldobbe , de , (Kop van Drenthe, Ros, wm) = drinkkuil De drinkeldobbe was leeg (Vri), zie ook drinkenskoel
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
drinkdobbe , drinkdobbe , zelfstandig naamwoord , de; gegraven kuil met drinkwater voor vee
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal