elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: goochem

goochem , gogem , (bijvoeglijk naamwoord) , leep, gaauw, slim, geslepen. Het is een gogem mijnheer, een slim kereltje. Chochem, een joodsch woord.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
goochem , gogum , gogem, gochêm, gochum, gochōm , (de o zoowel open als gesloten in de eerste lettergreep) = slim, leep, loos, geslepen. Noord-Holland gochem, Oostfriesch chochem, gôchum = slim, listig, sluw, die van alle markten is thuis gekomen. (Ten Doornk. houdt het voor Joden-Duitsch; v. Dale: “goochem = wijs, verstandig, ervaren, slim. Aan het Hebreeuwsch ontleend.” – Vgl. evenwel: keukêln.)
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
goochem , gogum* , gochom , bij v. Dale: goochem, aan ’t Hebreeuwsch ontleend.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
goochem , googem , TL 269 = slim; uit het joods. Het Hebr. GAGAM = wijs. De GAGAM is bij uitstek de figuur, die de wet beheerst en haar kan interpreteren. In de joodse omgeving waaruit ik voortkom, werd googem als iets positiefs aangevoeld.
Bron: Meijer, J. (1984). Tolk van ’t Olle Volk – Joods Supplement op het Nieuw Groninger Woordenboek van K. ter Laan. Heemstede
goochem , goochem , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , slim, scherpzinnig Die bint mekaar te goochem of (Bor), Dat is echt goochem van hum (Bov), Goochem is hij die oe van de stool proot en die der zöls op giet zitten (Ruw), Dat is niet bar goochem van hum dat e de biggen zo goedkoop verkoft hef (Sle), Hij is zo goochem as een jeude (Hgv), (zelfst.) Het was een goochem van een kerel (Ros) *As goochempien dood is, wor ie zien opvolger gezegd tegen iemand die meent dat hij alles weet (Ruw); Jammer dat hai ain naom het, anders zol hai Gijsie Goochem haiten (Vtm)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
goochem , goochem , goechem , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , goochem
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal