elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: groenland

groenland , groenland , grasland, weideland, Gron. gruinland. Zie Landr. (1712) III, 87.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
groenland , gruinland , (groen land) = grasland, weideland. Zegt men van land: ’t is gruin, dan beteekent dit: ’t wordt nijt boud = ’t is geen bouw-, maar grasland. Zoo onderscheidt men in de klei- en zandstreken de landerijen in gruinland en bouland; wat echter slechts voor één of twee jaren met witte klaver wordt beteeld, wordt niet als weideland gerekend, omdat het alleen dient tot plaatsvervanging van bemesting of braaklegging.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
groenland , groenland , (zelfstandig naamwoord onzijdig) , Grasland. || Der is tegenswoordig nog eer wat te verdienen mit groenland als mit bouwland. – Evenzo in Overijsel, Drente, Friesl. en Gron.; zie Ned. Wdb. V, 847. Hgd. gründig.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
groenland , groenland , in geschrifte voor gruinland *.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
Groenland , Gröunlaond , naam van een groep huizen, gelegen in het Westeinde, ver van de straat
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
groenland , groenland , zelfstandig naamwoord ’t , Grasland.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
groenland , gruunland , knollenakker.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
groenland , gruunland , het , grasland, weiland Wij moeten even een stuk gruunland scheuren (Klv), Wij hebt gruunlanden en esgronden (Eex), Overdag gungen de schaope hen de heide en ’s aovends gungen ze nog even het gruunland in (Pdh), zie ook weideland, gresland
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
groenland , gruunlaand , zelfstandig naamwoord , et; grasland, weiland
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal