elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: gunnen

gunnen , günnen , (zwak werkwoord) , gunnen.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
gunnen , gund , (= gegund), in: hij is mie dat nijt gund = hij gunt mij dat niet; ’k bin hōm ’t wel gund = ik gun ’t hem gaarne, en ook = ik verheug mij in zijn ongeluk.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
gunnen , gunnen , ʼk bin ʼt hōm wel gunt = ik gun het hem gaarne.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
gunnen , gunn , werkwoord, zwak , 3e persoon enkelvoud tegenwoordige tijd: goont, verleden tijd: goonn, verleden deelwoo , gunnen
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
gunnen , gunne , gunde, haet of is gegunt , gunnen. Went dich ’ne jut gėt gunt, gunt er dich twee knėchskes: als een jood je iets gunt, dat is het meestal niets goeds.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
gunnen , gunnen , zwak werkwoord, overgankelijk , 1. gunnen Ik gun hum dat pleziertien best (Pdh), Ik gunne het oe niet, mar ie kunt er niks an doen (Eli), Ze gunnen joe ok niks (Klv), Hie zal zuk vast niet eerder rust gunnen as dat e dat waark daon hef (Eex), Hij gunt hom het licht niet in de ogen (Row) 2. gunnen bij verkoop of aanbesteding De leegste bieder wordt het gund (Nam), Het wordt niet gund, het is te leeg in pries (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
gunnen , gunnen , gunnen
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
gunnen , gönne , werkwoord , gönde, gegönd , aarden , VB: 'r Gönt zich good ién z'n noûw betrêkking.; amuseren (zich amuseren) zich gönne VB: V'r hawwen ôs vrèiselik good gegönd op de broélef.; gunnen gönne VB: Dat göns te nog gèinen hoond; toewensen gönne VB: Dat göns te nog gèinen hoond
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal