elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: halftijds

halftijds , halvetied , hàlftied , Westerkwartier hàlftied = de helft (of eigenlijk: ʼt grootste deel) van den tijd: hijʼs halftied zijk; ook hoort men halftieden, evenals hijltieden*.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal