elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: hartstikke dood

hartstikke dood , [morsdood] , hartstik dood , hartstik dood = morsdood, wordt van iemand gezegd die door een ongeluk, bv. een val, plotseling het leven verliest, en zooveel als: op de plaats dood blijven; Gron. hartstikkend dood, Ned.-Bet. hartstikkedood.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
hartstikke dood , hartstikkend dood , hardstikkedood , morsdood, bv. ten gevolge van een’ val; Drentsch hartstikdood, Neder-Betuwsch hartstikkedood. (v. Lennep: hartsteekdood; v. Dale: hardstekendood = morsdood.)
hardstikkedood (Goorecht) = morsdood, tengevolge van een ongelukkig toeval.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
hartstikke dood , hartstikkend dood* , bij v. Dale = hartstekendood; ook elders hoort men “hartstikkedood”, dat bij Vondel o.a. luidt: hartsteek dood = morsdood.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal