elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: heden

heden , heden , in heden is toe! uitroep van verwondering. Gron. heden! interj. van verwondering; heden heden! van verbazing. Voor ach! en: och! och heden! Oostfr. heden, mîn tîd!
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
heden , heden , (bijwoord); op ’t heden, of: op dit heden = op dezen dag, op dit oogenblik, nu; op ’t heden is ’t dreug = op dit oogenblik regent het niet; op dit heden is ’t wat makkêlkêr = de zieke heeft nu niet zooveel last of pijn. (Als tegenstelling van: ’t verleden, wordt het woord niet gebruikt); op ’t heden = op dit oogenblik; op ’t heden is ’t wat makkelker (dragelijker wat de pijn betreft.)
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
heden , heden , tusschenwerpsel van verwondering, verbazing: heden! ook: heden heden!, en: heden nog tou! (Drentsch heden is toe!); och heden! ach! en: dat spijt mij. Oostfriesch heden, mîn tîd = Hoogduitsch Herr meine Zeit, Groningsch heeremientied! (Bij v. Dale slechts: heden (ook: Heere) mijn tijd! – v. Lennep: Heden! wat een boel dingen!)
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
heden , heden* , (uitroep), bij v. Dale: heden mijn tijd!
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
heden , heden , (zelfstandig naamwoord) in: op ʼt heden of op dit heden = op dit oogenblik.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
heden , hédekes! , Och Hédekes! Och, Heere!
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
heden , heeden , och heeden, uitroep van verbazing
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
heden , heden , bijwoord , in de combinatie op heden, heden, de laatste tijd. | Weer weunt ie op heden? – Zegswijze heden nag toe! Lieve help!
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
heden , huu , huue , heden, vandaag.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
heden , höjje , vandaag.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
heden , heden , bijwoord , heden Heden ten dage meeit ze niet meer mit de zende (Bro)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
heden , heden , het , heden Ie mut het heden niet altied vergelieken mit vrogger (Ruw), overigens hoofdzakelijk in uitdrukkingen als Het vrös op het heden aordig nu (Pdh), Op het heden hebbe wij niks te doen (Dwi), Dat kuj op het heden niet meer maken het kan zo niet meer (Hol)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
heden , heden , tussenwerpsel , hoe bestaat het, heden Heden nog an tou, duur ij der nog deur in dit weer (Eev), ...noou hef mij die hond al weer een worst opvreten (Gas), Heden, heden, hoe hej dat toch had (Sle), Och heden, jao, dat is ok zo (uitspraak als och geden) (Rod)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
heden , eden , heden. In dialect weinig gebruikt; wel in: Och eden! ‘och heden’
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
heden , heede , uitdrukking , ’t Ister ôk maor êên van ‘geef ooñs heede ‘ Het is er ook maar één van ‘geef ons heden’ (gezegd van een arm persoon); heede m’n tijd! Heere m’n tijd! (bastaardvloek)
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
heden , hûi , bijwoord , vandaag , hûi (du. 'Heute') Zw: (wanneer iemand groet met 'Hûi!' dan kan men antwoorden met: Sjtruu ês langer. Zw: Dat gèit mêt dè: Dag hûi, dag muerge: hij werkt bijzonder langzaam.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
heden , eden , (tussenwerpsel) , heden!
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
heden , heeje , bijwoord , Henk van Rijen: heden
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal