elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: hondenklamaai

hondenklamaai , hondeklemai , wit koperrood, waarvan eene verdunde oplossing tot het betten van zeere oogen wordt aangewend. De Geïlustr. Encyclop. van Winkler Prins heeft het volgende: Onder de zonderlinge geneesmiddelen welke in de middeneeuwen gebruikt werden behoort ook het album graecum, namelijk witte excrementen van honden die met beenderen werden gevoed. Het is nu nog bij het volk onder den naam van hondenklamei bekend. –
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
hondenklamaai , hondeklamaai , (zelfstandig naamwoord mannelijk) , Ook hondeklama. Zie klamaai. – Sneeuwwater met hondeklamaai geldt als een uitstekend oogwatertje. Zo ook elders, b.v. in Gron. (MOLEMA 165; GANDERHEYDEN 24).
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
hondenklamaai , hondeklemai* , oudtijds bekleedde onder de volksgeneesmiddelen een voorname plaats de “hondenklamei”, de witte excrementen van uitsluitend met beenderen gevoede honden, door de geleerden “album graecum” genaamd.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal