elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: joechei

joechei , joechai , joechee, johé , voor: gejuich, gejubel; mit ’n hijle joechai lijpen ze de doene kerel achternoa. Nedersaksisch juuch hei = gejuich van het gepeupel, inzonderheid van dronken lieden. Hoogduitsch juchhei! = hoezee!
johé (Stad-Groningsch) = lawaai.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
joechei , joechee* , Hoogduits juchhei = hoezee.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal