elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kaamsel

kaamsel , [schimmel] , käomsel , (vrouwelijk, onzijdig) , kaam, schimmel.
Bron: Gallée, J.H. (1895), Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect, aanhangsel Twents
kaamsel , kaomsel , (onzijdig) , zie koam.
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
kaamsel , kemsel , kimsel , schimmel; bij v. Dale: kim of kaam(sel).
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
kaamsel , kaomsel , schimmel op vloeistoffen
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal