elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kloksmeer

kloksmeer , kloksmeer , fig. voor: drinkgeld voor de personen die het oude jaar uit- en het nieuwe inluiden. Blijkens Prov. Gron. Cour. 1888, n° 4 wordt dit vroeger vrij algemeen gebruik op sommige plaatsen nog in eere gehouden. “Zoodra ’t donker wordt, dringt eene schaar het torengebouw binnen en geregeld door hangen eenige stevige knapen aan het touw. Tegelijk gaan een paar anderen uit het dorp bij de ingezetenen rond om geld op te halen, dat met den eigenaardigen naam “kloksmeer” wordt bestempeld. Niet licht wordt eene gave geweigerd. Voor het geld nu wordt jenever gekocht en dit vocht met verwonderlijke snelheid in luidruchtige vroolijkheid omgezet. Dit oude gebruik, in de gemeente Slochteren nog overgebleven, was vroeger ook in de Oldampten in zwang. Het dagteekent uit de grijze oudheid en was oorspronkelijk een middel om de booze geesten te verhinderen direct met het nieuwe jaar hunne duivelskunsten uit te oefenen. Dit gebruik is altijd het onderwerp van vele klachten, het voorwerp van de aanhoudende zorg der politie, ’t is verboden, maar ’t houdt niet op. In dit enkele geval blijkt de volksgeest sterker dan de arm der wet.”
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
kloksmeer , kloksmeer , fooi, aan de dorpsjeugd uitgereikt, voor ’t helpen luiden der klok.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal