elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kleren

kleren , kleeren , Zie tuig.
Bron: Berg, A. van den en H.J. Folmer (1774-1776), ‘Veluws en Drents uit de 18e eeuw’, uitgegeven door K. Heeroma in: Driemaandelijkse bladen 12 (1960), 65-83, 97-116.
kleren , klêer , voor: kleeren; he zit good in de klêer.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
kleren , kleer , meervoud , kledingstukken. Kleerazie
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
kleren , klear , zelfstandig naamwoord , kleare , kleren
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
kleren , kleër , mv , kleren De kleër De kleren (garderobe); zondagse kleér nette kleren.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
kleren , klaaiern , kleren
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
kleren , kleier , kleding, zie ook: kleit.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
kleren , klieër , meervoud , kleren, kledingstukken.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
kleren , kleer , klere, klèren, kleren, klaier, klaiern, klèer , meervoud , (Midden-Drenthe, Zuidoost-Drenthe, Kop van Drenthe). Ook klere (Zuidoost-Drents veengebied, Zuidwest-Drenthe), klèren (Zuidwest-Drenthe, zuid, Midden-Drenthe), kleren (Noord-Drenthe, Zuid-Drenthe, vaak de jongere vorm), klaier, klaiern (Veenkoloniën), klèer... in samenstellingen (Zuidwest-Drenthe, Midden-Drenthe) = kleren Hie zit goed in de kleren (Eli), ...schier in de kleer is goed gekleed (Gas), Ik heb je kleer hier op stooul legd (Eex), Ze hebt de klere al bij mekaer gezegd van een paar dat ging trouwen (Dwi), Hie verdient volle kleer volledige onder- en bovenkleding voor een knecht (Sle), soms ook kleding, schoenen, sloffen, klompen en geld etc. (bui), zie ook kleraosie
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
kleren , kléér , klerazie , kleren. wa hedde schòn kléér aon, wat heb je mooie kleren aan.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
kleren , kleren , kleren, kleding. Ook: Gunninks woordenlijst van 1908: kleräzie
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
kleren , kliir , kleding , Teegewórreg hébbe ze toch vórt wa kliir, vruuger kós't hil hûshaauwe 't urmeej doen. Tegenwoordig heeft men veel kleding, vroeger kon 't hele gezin ermee gekleed worden.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
kleren , kleren , zelfstandig naamwoord , mv.; kleding, kleren, bijv. niet uut de kleren west hebben de kleren niet uit gehad hebben, in het bijzonder: niet naar bed geweest zijn
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
kleren , kleerties , zelfstandig naamwoord , mv.; kleertjes
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
kleren , klyjer , zelfstandig naamwoord , kleren , klyjer VB: Gaank dich zuver klyer aon doén, de zits gaans oonder de pratsj. Zw: 'nne Aon de klyjer goën: iemand te lijf gaan. Zw: (gezegd van priesterstudent die op het groot-seminarie de toog mocht dragen): 't Hèt de klyjer al aon.; zich aon de klyjer goën vechten zich aon de klyjer goën (zie 'gaan'); 'nne aon de klyjer goën slaag (iemand een pak slaag geven); 'nne aon de klyjer goën
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
kleren , kliejer , kleren
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
kleren , kliir , kleren
Bron: Peels-Mollen, J. met werkgroep Weerderheem in Valkenswaard (Ed.) (2007), M’n Moederstaol. Zôô gezeed, zôô geschreeve. Almere/Enschede: Van de Berg.
kleren , klirre , kleren
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
kleren , klungels , kleren; veur de klungels kriegen, ziek worden (O.-Veluwe).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
kleren , kleier , kleding , Dae haet de kleier aan gehadj: hij heeft zijn priesterstudie afgebroken. Sóndigse en swerkeldigse kleier.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
kleren , kleijer , zelfstandig naamwoord , kleijerkes , kleren
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
kleren , kleî-jer , (meervoud) kleding
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
kleren , klêer , zelfstandig naamwoord meervoud , klirkes , kleding, kleren; ook 'klêere' komt voor; zie zie klêed, kleeke, klêeraozie; Hij [de pastoor op de preekstoel] hô 't over bloote nekken, vleeschkleurige kouskes, te duur kleer, polka haor enz., afijn, hij wô eigenlijk zeggen dè 't er vul te veul geneuk in de wereld is. (Kubke Kladder; ps. v. Pierre van Beek; NTC; Uit ‘t klokhuis van Brabant 5; 7 en 14-11-1929); ...zonder fatsoenlijke kleer' aon 't lijf in et waoter te ligge! 'nen Meensch is toch ginnen visch. (Jan Jaansen; ps. v. Piet Heerkens svd; feuilleton ‘Bad Baozel’, 8 afl. in NTC 31-12-1938 – 18-2-1939); ..[ik] trok m'n Zondagsche kleer' aon... (Jan Jaansen; ps. v. Piet Heerkens svd; ’Naor oome Teun’; NTC 24-2-1940); En 't waar 'n schoon duifke in d'r witte kleer' en ze zong as 'nen nachtegaol! (Jan Jaansen; ps. v. Piet Heerkens svd; De nuuwe kapelaon van Baozel, afl. 12; NTC 17-12-1938) ; En kleere! Ammaol van dè spinnekoppe-goedje, floddertuig, slap en dun! (Jan Jaansen; ps. v. Piet Heerkens svd; ’Boere-Profeet’; feuilleton in 5 afl. in de NTC 1-7-1939 –29-7-1939); Cees Robben – kost en kleer. (19540213); Un goeij stuk kleer zal nie zo gaaw lebbere... (Hein Quinten, Tilburgse spreuken; ca. 1990)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
kleren , kleier , kleren; kleding
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal