elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: komkommertijd

komkommertijd , kōmkōmmertied , schertsenderwijs voor: de tijd in het voorjaar dat er nog geen nieuwe groenten zijn. Ook in ’t algemeen een slechte tijd, wanneer er gebrek aan werk en verdienst is; ook Holsteinsch. Woordspeling met ons: kommer, ’t Hoogduitsche Kummer. (’t Woord wordt ook in ’t Nederlandsch gebruikt, vooral om de zomermaanden aan te duiden, die weing stof voor de nieuwsbladen opleveren.)
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
komkommertijd , komkommertied* , ook Nederlandsch, vooral ook voor de zomermaanden, die weinig stof voor de nieuwsbladen opleveren.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal