elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: koolraap

koolraap , koolroap , koroap, kroap , door snelle uitspraak kroap (Westerkwartier) = oaroabiese knollen (Oldampt enz.), ook alleen knollen = knolraap, raapknol, eene verscheidenheid van koolzaad, en wel Brassica Napus esculenta; Noord-Holland stokrapen, Noord-Brabant knolraven, en: koeknollen. Hoogduitsch Kohlrabi, Deensch kaalrabi. Zie: v. Hall Neerl. Plantensch. bl. 17. (v. Dale: koolraap, koolrabi.)
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
koolraap , koolroap , bij v. Dale: koolraap, koolrabi; zie ook rinkelknollen *.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
koolraap , koôlreip , zelfstandig naamwoord de , Koolraap.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
koolraap , koldraab , kelraab, koldraaf , vrouwelijk , koldraabe , koldraebke , koolraap. Koldraabe baove de aert: koolrabi (koolraap boven de grond).; kelraab, koldraaf
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
koolraap , kólraap , knolrapen, dikke gele rapen die evenals voederbieten in een kuil worden bewaard.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
koolraap , kraap , kraop, koeraap, keraap, koolraap , de , (Zuidoost-Drenthe). Ook kraop (Zuidoost-Drents veengebied, Midden-Drenthe, Kop van Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid), koeraap (Zuidoost-Drents zandgebied), keraap (Zuidoost-Drents zandgebied), koolraap (Zuidwest-Drenthe, zuid, Midden-Drenthe, Zuidoost-Drents veengebied) = koolraap Ik heb een kraop metkregen, mörgen kuw wel stamppot kraopen kriegen (Eex)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
koolraap , knolderapen , koolrapen.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
koolraap , korappe , korape, koraap, koolraepe, koolrape, koraope, kool , zelfstandig naamwoord , de; 1. koolraap 2. koolrabi
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
koolraap , kolraap , zelfstandig naamwoord vrouwelijk , kolrabe , - , koolraap , (klemtoon op laatste lettergreep)
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
koolraap , koolraap , knolraap.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
koolraap , kolraap , (mannelijk) , kolrabe , kolraepke , koolraap
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
koolraap , kolraap , zelfstandig naamwoord , kolrape , kolraepke , (knol)raap, winterknol, raapkool ook reub
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
koolraap , koeëlderaap , zelfstandig naamwoord, mannelijk , koolraap
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
koolraap , ónkelreub , ónkelreube , voederbiet
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal