elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kwelder

kwelder , kwelder , het buiten den zeedijk en Dollertsdijk, ook binnen de Reitdiepsdijken gelegen grasland; kwelderland, kweldergronden = het met kweldergras of zeevlotgras begroeid aangeslibt land. – Ook = kweldergras, bij v.Hall zee-Beemdgras, poa maritima, de derde plant op aangeslijkt land, en voor: kwelderhooi, dat is gedroogd kweldergras. – Van het kwellen, dat is aanspoelen of bespoelen van het vloedwater tegen het nieuw aangeslijkt land. Dr. R. Westerhoff, Kwelderkw. bl. 48. – Te Reiderwolderpolder (1876) “12 voer best gewonnen Kwelder te koop.” – “Boeldag van het gewonnen kwelder en kwelderhooi, p.m. 70 voer.” – Te verkoopen (1877); “ongeveer honderdduizend kilo best gewonnen oude kwelder, zeer geschikt voor paardevoer, staande onmiddellijk aan den grindweg in den Reiderwolderpolder.” In den Johs. Kerkhoovenpolder te verkoopen: “De kwelder op wortel staande,” enz. “Te Beerta is zaterdagnamiddag een hoop kwelder van – afgebrand.” (1895)
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
kwelder , kwelder* , komt in de eerstgenoemde beteekenis in alle Nederlandsche woordenboeken voor.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
kwelder , kwelder , zelfstandig naamwoord , de; kweldergrond
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal